Het beste voor de boer: ieder zijn rol

Blog fenny

Niet voldoende, een minimumprijs van $2000 per ton zoals Fairtrade die in 2012 vaststelde, stelt Chocolatemakers in de interessante discussie die zich heeft ontsponnen n.a.v. een artikel in het Parool. De $200 aan Fairtrade premie die de boerenorganisatie er voor elke ton cacao bovenop krijgt, maakt dat niet goed. Cacaoboeren moeten een Living Income kunnen verdienen. Dat is een inkomen waarbij mensen in hun levensbehoeften op zo’n niveau kunnen voorzien dat zij substantieel boven de armoedegrens uitkomen.

Dat zijn we bij Stichting Max Havelaar roerend met Chocolatemakers eens. Een aanpassing van de minimumprijs staat op de agenda. Standaardorganisatie Fairtrade International is aan het uitzoeken, samen met onderzoekers en de boerenorganisaties, welke cacaoprijs niet alleen de basiskosten dekt maar een volwaardig Living Income mogelijk kan maken.

Fairtrade is een toekomstgericht marktsysteem. Geen subsidiemodel. Maar ook bij realistische aannames over de minimale omvang van een levensvatbare cacaoboerderij en verbeterde opbrengsten per hectare, zal blijken dat de cacaoprijs fors omhoog moet om recht te doen aan de families die er hun brood moeten verdienen. Alweer zitten we op één lijn met Chocolatemakers.

Maar nu. De volgende stap zou even slikken kunnen worden. Er valt niet op vooruit te lopen, maar de kans bestaat dat het berekende bedrag niet integraal wordt overgenomen als de nieuwe Fairtrade minimumprijs. In plaats daarvan zouden we dan uitkomen op een waarde ergens tussen de huidige minimumprijs en de gevonden referentieprijs. Overigens beslissen de boerenvertegenwoordigers direct mee, aangezien zij een gelijke stem hebben in Fairtrade.

Hoe zou dat besluit te rijmen zijn met de missie van Fairtrade? Waarom zouden de boeren daarmee instemmen? Het antwoord is dat de meest principiële positie niet per definitie altijd gelijk staat aan de grootste impact voor boeren.

Het gros van de bedrijven die het keurmerk voeren, kijkt uiterst kritisch naar de afstand tussen de marktprijs, die ongekend laag is op het moment, en de Fairtrade prijs. Zij werken niet op de specialty markt, maar in de hoofdstroom van de supermarkten. Vinden ze de prijsafstand te groot, dan vrezen ze marktaandeel te verliezen aan de concurrentie. Fairtrade spant het paard achter de wagen als haar prijsbeleid ertoe leidt dat bedrijven het keurmerk dan maar liever de rug toe keren. Want de rekening is voor de boeren.  

Des te triester omdat die boeren ook nu al het nodige wordt onthouden. Gemiddeld 33% van hun oogst verkopen gecertificeerde organsaties van cacaoboeren onder Fairtrade handelsvoorwaarden, die een vaste ontwikkelingspremie biedt. Maar om gecertificeerd te worden, moeten zij voor 100% van hun product voldoen aan de duurzaamheidsvoorwaarden van Fairtrade. Kopers die zonder keurmerk inkopen, managen zo hun duurzaamheidsrisico’s zonder ervoor te betalen. Terwijl duurzaam produceren toch echt een prijskaartje heeft.

De €11 miljoen premie voor cacaoboeren, rechtstreeks overgedragen via de cacaoketen, had in 2015 dus eigenlijk €33 miljoen moeten zijn. Voorwaar geen schijntje. Geld dat de boerenorganisaties investeren in teeltverbetering, onderwijs, gezondheidszorg en andere dienstverlening aan leden en gemeenschap. In verduurzaming en armoedebestrijding dus.

De grote opdracht voor Fairtrade blijft om de handel eerlijker te krijgen in markten waar prijsconcurrentie de norm is. Dat vereist veel evenwichtskunst. Chocolatemakers is een bedrijf dat wij bewonderen, een medestander. En medestanders hebben we hard nodig om de rest van de markt samen de goeie kant op te trekken.

Zodra hij er is gaan we aan de slag met de referentieprijs voor een living income in cacao. Want we gaan daar komen, linksom of rechtsom. De verhoogde Fairtrade minimumprijs en de vaste premie blijven de verplichting voor elk bedrijf dat het keurmerk wil voeren. Als de prijs nog afstand heeft tot de referentie, gaan we pionieren met bedrijven die voelen voor de hoogste versnelling. We testen verschillende instrumenten om het laatste prijsgat te overbruggen, om de beste optie uiteindelijk in de standaard op te nemen. Op Chocolatemakers mogen we vast wel rekenen.  

Door Fenny Eshuis, Policy Director Stichting Max Havelaar.