Koffieboeren gaan met steun Fairtrade nieuwe uitdagingen aan

John kncu

Door Jos Harmsen, Supply & Development Manager bij Stichting Max Havelaar.

‘Tanzania’ was de naam van de allereerste Fairtrade koffie die ik een kleine 30 jaar geleden kocht. Ik hield van Afrikaanse koffie met de karakteristieke ietwat zurige afdronk, dus de Tanzania-koffie paste mij uitstekend. Die voorkeur voor Afrikaanse koffies is gebleven. Tegenwoordig kies ik vaak voor Fairtrade ‘klimaatneutrale’ koffie, een melange waarvan Afrikaanse koffie een belangrijk bestanddeel vormt.

Eerste eigen export

Tijdens mijn eerste bezoek aan een Tanzaniaanse koffiecoöperatie stond de export van koffie nog in de kinderschoenen. Rechtstreekse aankoop bij coöperaties was begin jaren negentig nog onmogelijk. Met Fairtrade veranderde dat snel. Koffieboeren startten een eigen exportkantoor, zodat de boeren voor de verkoop van hun koffie niet meer afhankelijk waren van derden. Met de eerste Fairtrade premie werd een fax gekocht (e-mail bestond nog niet), wat de communicatie met kopers sterk ging verbeteren. Ik zie John, exporteur van de coöperatie vanaf het eerste uur, nog breeduit glunderen. Boeren kregen directe toegang tot de markt, direct contact met hun koffiekopers en…. hogere prijzen. John staat nu op het punt met pensioen te gaan. Maar hij laat zijn werk goed achter: zijn opvolger staat klaar om de exportkar van de coöperatie verder te trekken. Toegang tot de internationale markt geven de boeren in Tanzania niet meer uit handen. Díe eerste uitdaging is voor hen al lang geen thema meer.

Export Manager John (links) in zijn exportkantoor (Foto Jos Harmsen).

Klimaatverandering 

Koffieboeren geven nu aan dat klimaatverandering hen de meeste zorgen baart. Door de regelmatige bezoeken aan Tanzania zag ik het met eigen ogen: het warmere klimaat doet de sneeuwkap van de Kilimanjaro langzaam verdwijnen, waardoor voor de koffieboeren op de flanken van deze berg in de nabije toekomst een tekort aan water dreigt. Bovendien volgen natte en droge seizoenen niet meer het vaste patroon. Regen en droogte kondigen zich veel heftiger aan dan voorheen. Max Havelaar startte daarom enkele klimaatprojecten. Een eerste in Ethiopië, waar koffieboeren door minder uitstoot van CO2 extra inkomsten genereren. Ook heeft Max Havelaar een programma opgestart in Kenia, met steun van de Postcodeloterij. Een ‘Climate Academy’ gaat boeren trainen hoe met de veranderende weersomstandigheden om te gaan. 

Tussen de eerste en nieuwste uitdaging liggen een twintigtal jaren. Het geeft aan hoe de situatie van koffieboeren is veranderd en hoe voortdurend nieuwe obstakels opdoemen. Fairtrade, opkomend voor de positie van kleine koffieboeren, verandert met die ontwikkelingen mee. Ze volgt voortdurend de uitdagingen waarmee boeren in Latijns-Amerika, Afrika en Azië te kampen hebben. Maar slaagt Fairtrade erin de koffieboeren in hun uitdagingen voldoende te ondersteunen?

Financiële armslag

Een recente studie van het Natural Resource Institute aan de Engelse universiteit van Greenwich onderzocht het effect van Fairtrade in een viertal koffielanden. Daarbij werd de situatie van Fairtrade en niet-Fairtrade boeren met elkaar vergeleken. Het blijkt overduidelijk dat Fairtrade meer mogelijkheden aan koffieboeren heeft geboden om crisissituaties het hoofd te bieden. Boerencoöperaties zijn veel sterker geworden en konden meer investeren dan hun collega’s buiten Fairtrade. Ze waren in staat voorlichting en technische ondersteuning van hun boerenleden te verbeteren. In perioden van lage prijzen, geen uitzondering in koffie, bleek Fairtrade met haar minimumprijs en premie een welkome garantie om als boer te kunnen overleven. Via Fairtrade kwamen ze daarnaast in contact met financiers die hen betere leningen verstrekten. Met de huidige problemen rond klimaatsverandering is die financiële armslag opnieuw uiterst belangrijk. De beste remedie tegen koffieziektes, zoals de sterk opkomende koffieroest, is namelijk het vervangen van koffiestruiken door planten die beter tegen de nieuwe weersomstandigheden bestand zijn. Dat vereist forse extra investeringen.

In een 'nursery' worden nieuwe koffieplantjes gekweekt die beter tegen de nieuwe weersomstandigheden bestand zijn.

Uitdagingen

De studie noemt echter ook uitdagingen waar Fairtrade maar beperkt heeft kunnen bijdragen. De positie van vrouwen, die vaak het leeuwendeel van het werk doen, is nog niet genoeg verbeterd. Ook de arbeiders, die door boeren vooral bij seizoenpieken worden ingezet, profiteren nog te weinig van Fairtrade. Groot probleem is verder het wegtrekken van jongeren. Ze zoeken liever werk in de stad en hebben niet veel zin om het boerenbedrijf van hun ouders voort te zetten. De studie adviseert ook deze thema’s op te pakken.

Fairtrade gaat ook díe uitdagingen met haar boerenpartners zeker aan. Maar dat kan ze niet  alleen. Handel, overheid, winkelbedrijven en consumenten zullen hun steentje moeten bijdragen. Door boeren voldoende armslag te geven om te kunnen blijven investeren en uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Koffieboeren roepen ons dringend daartoe op. Vele bedrijven en consumenten geven gehoor. Vele anderen menen nog steeds dat duurzaamheid geen prijs heeft, niets extra’s hoeft te kosten. Maar ik ben volledig overtuigd, niet in de laatste plaats door John, de Tanzaniaanse exporteur. Als consument zal ik mijn (Afrikaans getinte) Fairtrade koffie dus wel blijven drinken.