Leefbare lonen hebben een prijs

Blogbloemen

Door Fenny Eshuis, Policy Director Stichting Max Havelaar

Een leefbaar loon, dat zou iedere arbeider moeten verdienen die zich in het zweet werkt om ons te voorzien van bloemen, kleding, bananen of welk ander product ook. Producten die we importeren uit landen veel armer dan het onze. Leefbare lonen zijn rechtvaardig, niemand hoeft daar lang over na te denken. Ook het VARA/BNN programma Zembla niet. Dat programma grilde Max Havelaar onlangs over lage lonen op een gecertificeerde bloemenplantage in Ethiopië.

Voldoende en voedzaam eten, fatsoenlijke behuizing, kleding, onderwijs, gezondheidszorg, transport en een kleine buffer voor onvoorziene uitgaven. Dat is de omschrijving van een leefbaar loon en het komt elke arbeider toe. Maar de praktijk is vaak anders.

Ethiopië, een van de armste landen ter wereld, is blij met zijn recente economische groei. En de mensen zijn er blij met een baan, ook als het loon schamel is. Collectieve onderhandelingen over lonen ontbreken en een wettelijk minimumloon voor de plantagesector is er niet. De laagste ambtenarensalarissen gelden als de referentie, maar de overheid let weinig op naleving. Een sterke drijfveer voor die overheid is concurrerend te blijven op internationale markten. Want anders kunnen de plantages en fabrieken direct weer sluiten.

Ethiopië is geen uitzondering. Voor Nederlandse marktpartijen is het mooi, die goedkope arbeid aan het begin van de handelsketen. Zij kunnen de producten daardoor scherp geprijsd aanbieden. Voor de lokale werkgelegenheid in de landen van herkomst is het ook mooi. Maar de betreffende arbeiders kijken vaak aan tegen lonen die hen niet genoeg bieden om hun kwaliteit van leven werkelijk naar een ander niveau te tillen.

Ketenverantwoordelijkheid

Natuurlijk kan het, leefbare lonen. Er is onder meer voor nodig dat werkers de mogelijkheid krijgen beter voor hun rechten op te komen. Maar er is één harde randvoorwaarde. De werkgevers in kwestie moeten er wel in slagen hun productie af te zetten tegen prijzen die zo’n leefbaar loon überhaupt betaalbaar maken. En dat niet voor slechts een deel van die productie, maar voor de volle 100%. Iedere koper moet genoeg willen betalen om voor leefbare lonen voldoende loonruimte te scheppen. Want wat niet binnenkomt, kan ook niet worden uitgegeven.

Daar wringt een schoen. Zolang supermarkten elkaar tot op de laatste cent beconcurreren, zullen handelaren op hun beurt beknibbelen op elk dubbeltje dat ze op de plantage moeten achterlaten. Met een hogere prijs bij gelijkblijvende kwaliteit hoeven ze bij de retailer niet aan te komen. De consument is immers alweer op zoek naar het volgende koopje….

Dienst en wederdienst

Niet overdrijven, zo denkt gelukkig lang niet iedereen erover. Sommige supermarkten en veel consumenten kiezen doelbewust en koersvast voor Fairtrade. Dat producten onder Fairtrade keurmerk met respect voor arbeidsnormen tot stand kwamen is niet het enige wat hen motiveert. Zij onderschrijven dat Fairtrade eerst en vooral betekent dat ook afnemers hun verantwoordelijkheid nemen. De bijdragen van kopers aan fatsoenlijke inkomens voor arbeiders en boeren zijn onmisbaar.

Daar zijn, mild uitgedrukt, nog een paar slagen te maken. Eerlijke handel is niet de norm in de markt en dus zijn leefbare lonen dat ook niet.

Ook op Fairtrade gecertificeerde plantages gaan nog te veel bloemen tegen reguliere marktcondities de deur uit. De kopers meten dan feitelijk met twee maten. Want om gecertificeerd te blijven moet de teler zich aan duurzaamheidsnormen houden, op het vlak van arbeid en milieu. Naleving wordt in audits gecontroleerd en kopers waarderen dat. Maar zonder hun tegenprestatie gaat er iets fout. Er liggen veel bloemen van gecertificeerde plantages zonder Fairtrade keurmerk in de winkel. Aan de handelsvoorwaarden van Fairtrade is dan niet voldaan, de wederdienst is uitgebleven.

Op weg naar leefbare lonen

Nu al levert de Fairtrade premie een vorm van loon in natura aan werkers. Die besteden de premie namelijk vaak aan onderwijs, gezondheidszorg en soms aan zaken rond hun huisvesting, zoals de watervoorziening. Die uitgaven drukken dan niet meer op het loon. Sinds de laatste wijziging van de Fairtrade standaard mogen de werkers bovendien 20% van de premie rechtstreeks aan hun loon toevoegen als ze dat liever willen. In 2014 zorgde bloemenverkoop onder keurmerk voor een premie-overdracht van bijna 6 miljoen euro naar bloemenplantages.

Ruimte voor verbetering is er zeker ook. Fairtrade is bezig zijn handelsinstrumenten verder aan te scherpen.

Want volgens de Fairtrade standaard moet de werkgever, in onderhandeling met werkersvertegenwoordigers, de lonen stapsgewijs op leefbaar loonniveau brengen. Zoals gezegd, dat gaat niet vanzelf. Hoe moeten de Fairtrade handelsvoorwaarden eruitzien om de markt proportioneel te laten bijdragen? Retailers en andere ondernemers die met ons mee willen zoeken zijn welkom en gelukkig troffen we al belangstelling aan.

Schandalig of juist niet?

Volgens de programmamakers van Zembla is het een schande dat er een Fairtrade keurmerk kan zitten op bloemen van plantages waar de werkers nog beneden leefbaar loon verdienen. In hun ogen is dat consumentenmisleiding. Maar volgens ons zou het eerder beschamend zijn om dat keurmerk weg te halen. De consument heeft dan geen keuze meer en de werkers hebben het nakijken.

Wil je deel zijn van het probleem of van de oplossing? Het is de oude vraag. We zullen het Fairtrade keurmerk graag terugtrekken, zoals Zembla bepleit. Maar niet voordat eerlijk afrekenen vanzelfsprekend is geworden. Als nog meer retailers, fabrikanten en consumenten die missie steunen, is dat geen luchtfietserij.