Wakker worden in het land van cacao

Tony s reep

Samen met Tony's Chocolonely reisde chocoladefan Sietske Arnoldus af naar Ivoorkust. Hier ontmoette ze Fairtrade cacaoboeren die deelnemen aan 'It takes a village to protect a child', het door Fairtrade en Tony's Chocolonely opgezette kinderrechtenproject. Sietske heeft haar ervaringen verwerkt in dit blog en maakte de begeleidende foto's. 

Door Sietske Arnoldus. 
 
Eerlijk is eerlijk: er was een tijd dat ik chocola blindelings uit het schap trok. Als het pijpenstelen regende, een vriendin thee kwam drinken of gewoon als ik er zin in had. Een goede reden om chocola te kopen is er áltijd. Maar waar de cacao vandaan komt en hoe de productie verloopt, nee, ik had geen idee. Totdat ik hoorde van ‘slaafvrij’. Ding-dong, alarmbellen.  

Zowel Tony’s Chocolonely als Fairtrade strijden al jaren tegen kinderarbeid in de cacao-industrie. Tijdens de Razende Reporter Reis kreeg ik samen met vriendin Laetitia de kans om meer te leren over hun gezamenlijke project It takes a village to protect a child
Land van bestemming: Ivoorkust. Niet zomaar een Afrikaans land, maar de grootste cacaoproducent ter wereld. Groene bomen en uitgestrekte zandvlaktes razen aan ons voorbij. ‘’Alsof we in de film van de Lion King zitten’’, mompelt iemand in de auto. Om bij de cacaoplantages te komen, moeten we het laatste stuk off-road: de bush in. Oranje stofwolkjes cirkelen rondom de ruiten.  

Cacaovruchten op de plantage 

Als chocoverslaafde in Nederland was de wereld achter cacao een ver-van-mijn-bed-show. Minder dan 48 uur geleden werd ik nog wakker in dat bed. Nu ligt een rijpe, gele cacaovrucht in mijn handen. Met een grote machete hakte de cacaoboer die voor ons doormidden. Nieuwsgierig voel ik aan de bonen, gehuld in wit en plakkerig vruchtvlees. ‘Je kunt erop sabbelen, maar bijt de bonen niet doormidden!’’, waarschuwt Wiebe van Tony’s. Ik proef limoen, Laetitia houdt het op lychee.  

Op de plantage lopen we rond met Hamadou Dembele (38), een lange, schuchtere boer. Boven ons hoofd hangt een groen plafond van bladeren, onder ons knispert een zacht voetbed. In combinatie met het weinige licht dat door de bladeren sijpelt, doet het sprookjesachtig aan.    

Hamadou erfde 4 hectare land van zijn vader toen hij twintig was. Sinds een paar jaar is hij lid van boerencoöperatie Ecojad. ‘’Ik heb spijt dat ik dat niet eerder heb gedaan’’, bekent de boer. Waarom? ‘’Nu krijg ik trainingen om mijn land zo goed mogelijk te bewerken. En de tussenhandelaren waar ik mijn cacao eerst aan verkocht, garanderen geen prijs.’’ Hamadou ontvangt naast het bedrag voor zijn cacao nu ook premie van Fairtrade en Tony’s Chocolonely. Tijdens deze reis ontdekken we hoe die premie het verschil maakt.  

Opening van een school in Korhogo, gebouwd met de premie van Fairtrade en Tony's 

Als we Hamadou vragen hoe het leven als boer bevalt, glimlacht hij voorzichtig. ‘’Het is  zoals het is.’’ Hij is trots op zijn oogst, maar niet zonder zorgen. ‘’Ik maak me druk om klimaatverandering. Op momenten dat het moet regenen, regent het vaak niet.’’ Ook de wisselende cacaoprijzen – er wordt flink gespeculeerd met cacao – zijn lastig. Hamadou heeft niet altijd genoeg geld om zijn familie te helpen. Maar het geld dat hij heeft, gebruikt hij graag om zijn kinderen naar school te sturen. “Ze zijn altijd welkom op mijn land. Maar liever wil ik dat ze gaan studeren. Stel je voor dat ze dokter of iets anders kunnen worden…’’ Zijn ogen glinsteren. 

Boer Hamadou met zijn cacaobonen 

Niet alleen de plantages, ook de rest van Ivoorkust maakt indruk. De zwaaiende mensen langs de weg, de bedrijvigheid op de marktjes en de vrouwen die zware manden op hun hoofd balanceren. Boerencoöperaties Kapatchiva en Ecojad zorgen voor een warm ontvangst. Zo ver als we kunnen kijken staan mensen voor ons te zingen en te klappen. Onwerkelijk. 

‘’Bonjour! Ҫa va?’’ Bij de coöperaties schud ik meer handen dan mijn laatste vijf verjaardagen bij elkaar. Vaak gaat het vluchtig. Niet bij Ruth en Marie, kleine dames die ik ontmoet bij boerencoöperatie Ecojad. Tijdens de ceremonie moeten ze hun serieuze gezicht opzetten, maar als ik stiekem knipoog, schieten ze in de lach. Na afloop van de ceremonie staan we te dollen. ‘’1, 2, 3: Danséz, danséz!’’ 
 
Hand in hand loop ik terug met Ruth en Marie, gevolgd door een groep kinderen. Tijdens de reis denk ik hier nog vaak aan terug. Als ik hoor dat 1 op de 3 kinderen niet naar school gaat, bijvoorbeeld. Maar ook wanneer boeren me knobbels en littekens op hun handen laten zien, van zwaar werk op het land. Wat als Ruth en Marie ook op het land moeten werken, net als veel kinderen? 

Ruth en Marie samen met andere kinderen  

Om kinderarbeid te bestrijden, heb je een hele gemeenschap nodig. Frank Toapli (26) weet waarover hij praat. De jeugdtrainer van het It takes a village-project is een spin in het web. Enthousiast vertelt hij:  ‘’Ik heb contact met het dorpshoofd, die mensen bij elkaar brengt om ze bewust te maken van kinderarbeid. Ook spreek ik met boeren, ouders en jongeren.’’ Wat gebeurt er als een jeugdtrainer kinderarbeid aantreft? Subtiel te werk gaan, zo waarschuwt Frank. Maar als de boeren een tweede keer de fout ingaan, zijn ze hun Fairtrade certificaat kwijt.

Een muurschildering over het verbod op kinderarbeid 

Kinderen horen op school, krijgen zowel ouders als boeren op het hart gedrukt. Frank weet hoe bepalend het is voor zijn toekomst. ‘Lezen en schrijven is de basis voor alles. Zonder kun je niet leren en mis je kansen.’ Die woorden zet hij kracht bij: met zijn inkomsten betaalt Frank de schoolkosten van zijn broertjes.  

Projectleider Mariama haakt later gepassioneerd in op zijn verhaal. ‘’In onze cultuur is het niet normaal dat kinderen opkomen voor hun rechten. En juist dat leren ze bij ons. Zo was er een meisje dat haar moeder wist te overtuigen om geen water meer te dragen. De bak was zwaarder dan zijzelf. Ook kinderen die geslagen worden, leren voor zichzelf opkomen. Kinderen hebben sowieso een belangrijke stem. We luisteren naar hun ideeën over wat er nodig is.’’ 

Samenwerken met de gemeenschap is cruciaal. ‘’Als mensen ons verhaal niet geloven, verandert er niks als we weg zijn.’’ Kinderen mogen wel werken, maar dan buiten schooltijd en zonder gevaarlijke klussen. Dat verschil moet Mariama vaak uitleggen. Wat zijn de grootste risico’s op kinderarbeid? Geen school in de buurt en geen drinkwater in het dorp. Wie kilometers moet lopen voor water, heeft simpelweg geen tijd om naar school te gaan. Boeren van coöperatie Ecojad losten dat op met hun premiegeld. In het midden van het dorp staat nu een waterpomp.

Demonstratie van de nieuwe waterpomp

Mariama spreekt optimistisch over de toekomst. ‘’Ons land staat gigantisch onder druk, omdat we zoveel cacao leveren. Zelfs de first lady bemoeit zich ermee. Steeds meer kinderen gaan naar school. Maar we zijn er nog niet.’’ 

Hoe mooi zou het zijn om op een dag ook Tony’s chocola in Ivoorkust te kunnen kopen, mijmer ik. Jacques van Fairtrade helpt me uit de droom. Voorlopig is er hier nog geen markt voor fairtrade chocola. De helft van alle inwoners in Ivoorkust leeft onder de armoedegrens. 100 euro per maand is het minimumloon, voor een gezin heb je minimaal 300 euro nodig. Iets meer voor een reep chocola betalen in Nederland is zo gek nog niet dus. 

Bij elk bezoek aan Ivoorkust neemt Tony’s Chocolonely een paar koffers vol fairtrade chocola mee. Tijdens de ceremonies proeven de boeren dan alsnog ‘hun’ chocola. Ook de kinderen storten zich op de repen. Dat je de wikkel niet op kunt eten, moet je er wel even bij vertellen. 

Klaar om te proeven!

De dagen in Ivoorkust vliegen voorbij. Ik vergelijk het met een ritje in mijn favoriete achtbaan: het liefst begin ik telkens weer van voren af aan. Maar ook aan mijn Razende Reporter avontuur komt een einde. Terug in de Nederlandse supermarkt, ken ik het verhaal achter chocola en weet ik welke reep ik kies. Om soms nog even hardop terug te dromen naar de cacaoplantages, het dansen met de kinderen en die andere wereld. 

Sietske bij een stapel cacao

'It takes a village to protect a child' is een gezamenlijk project van Fairtrade en Tony's Chocolonely en wordt mede mogelijk gemaakt door de Nationale Postcode Loterij.